Het is wachten op branche organisatie 2.0

by Lex Tabak on 23/04/2009

Een leuk stuk in Zorgvisie enige tijd geleden over de rol die branche organisaties in de zorg nu hebben en de rol die ze zouden kunnen bekleden.

De brancheorganisaties van verschillende disciplines in de zorg werken onvoldoende samen. Door de angst voor ledenverlies werken zij vooral binnen de veilige muren van hun eigen domein. Zij stellen zich defensief op en werken vanuit de traditionele rol als unieke gesprekspartner van de overheid. Hierdoor komen nieuwe initiatieven en innovaties onvoldoende van de grond.

De marktontwikkelingen in de zorg leiden tot verschuivingen van de branchedomeinen en hebben geleid tot veel samenwerkingsverbanden op organisatieniveau. Ouderen- en jongerenzorg werken bijvoorbeeld samen met woningcorporaties. Brancheorganisaties in de zorg zijn slechts actief op hun eigen terrein. Kleine organisaties zijn bang om door grotere te worden overgenomen. Samenwerkingsverbanden bestaan vrijwel niet. Het risico is echter dat brancheorganisaties in hun eentje onvoldoende in staat zijn om de diverse belangen van de aangesloten leden te behartigen. En dat deze leden dan vertrekken om zelf hun zaken succesvol te regelen. De angst voor ledenverlies wordt zo door de defensieve houding werkelijkheid.

Brancheorganisaties moeten daarom weg van hun traditionele rol en openstaan voor ontwikkelingen in de omgeving. Dit betekent meer ondernemerschap tonen en actief de omgeving in de gaten houden. Welke verfrissende ideeën hebben andere brancheverenigingen (in de zorg of daarbuiten) en wat kan van deze ervaringen worden geleerd? Men hoeft echt niet alles zelf uit te vinden.

Brancheverenigingen moeten opnieuw positie kiezen. Daarvoor is het nodig de leden te segmenteren op basis van product/marktcombinaties en, voor de belangenbehartiging niet onbelangrijk, de inhoud van hun boodschappen. Daarmee wordt de focus van de organisatie en ook de potentiële meerwaarde helder voor de eigen leden. De leden en externe stakeholders moeten nadrukkelijk worden betrokken in het proces van vernieuwing. GGZ-Nederland bijvoorbeeld is vorig jaar op deze manier bewust de positioneringslag aangegaan.

De ‘nieuwe’ brancheorganisatie moet samenwerkingsverbanden aangaan met partners die aansluiten bij haar brancheactiviteiten en deze versterken. Dat kunnen andere zorgkoepels zijn, maar ook partijen als woningcorporaties in het kader van ouderenzorg of partijen op het gebied van bouw, installatie, ict en medische technologie. Een dergelijke brancheoverstijgende samenwerking leidt tot nieuwe, innovatieve zorgprocessen. Dat is goed voor de leden. Het laat tevens zien dat de zorgsector geen geïsoleerde en kostenverslindende ‘mammoettanker’ is. Het laat zien dat de zorg een sector die maatschappelijk geïntegreerde en klantvriendelijke oplossingen biedt. Dat is weer goed voor het imago van de sector.

Bij de noodzakelijke heroriëntatie moet ook de bestuurlijke organisatie en het verenigingsbureau door de mangel. Niet zelden zijn zij door de jaren heen behoorlijk ‘opgepompt’ en een bastion geworden met een eigen folklore. Dat in stand houden lijkt eerder het doel dan bijdragen aan het succes van de leden. Klant-, markt- en resultaatgerichtheid waren eerder niet zo belangrijk als in de huidige tijd van marktwerking. Kennis, kunde en vaardigheden op deze terreinen zijn nu onontbeerlijk. Leiderschap is nodig. Niet alleen om de boel bij elkaar te houden, maar vooral om de omslag te maken van een maatschappelijke organisatie naar een herkenbare ondernemersorganisatie met maatschappelijke verankering. Het adagium ‘regeren is vooruitzien’ is van de vorige eeuw. Nu gaat het om ‘vooruitzien is regeren’. Wie durft?

Roelf van Run, Verenigingsmanager Wissenraet van Spaendonck (www.wispa.nl)

Ik ben zelf verzeild geraakt in een beginnende samenwerking met een branche organisatie, in verband met ZZP-er in de zorg. Ik ben binnen mijn netwerk weleens gewaarschuwd voor de niet overstijgende houding die branche organisaties in de zorg aannemen en dit artikel bevestigd die waarschuwing. Aan de andere kant zijn mijn praktijkervaringen juist het tegenovergestelde op dit moment. Een frisse, open houding, waar er enthousiast wordt nagedacht over wijzes van samenwerking. De vraag is natuurlijk of die samenwerking op een gegeven moment gedefinieerd gaat worden en officieel wordt, maar tot op heden ervaar ik het bovenstaande niet op die wijze. Toch is het jammer dat de organisaties onderling niet meer de handen ineenslaan. Ik geloof namelijk dat dat gedeelte van het stuk wel klopt. Zou het bezit van leden dominant zijn aan de belangen die er vertegenwoordigd worden? Ik kan me het niet voorstellen, al zie ik inderdaad geen overkoepelende pogingen om door organisaties samen belangen te gaan verdedigen. Laat ik dan maar uitgaan van mijn eigen ervaringen en zelf inzetten op samenwerking. Ik ben benieuwd.

Lex

Ik ben als ondernemer werkzaam in de zorg via mijn bedrijf Lexcellence Care en ben op zoek naar collega ondernemers die zich bij mij willen aansluiten. Wil jij ook ondernemen in de zorg? Start met het lezen van mijn boek.

Leave a Comment

Previous post:

Next post: