Gevraagd; verpleegkundige die zich wil inwerken in een achterstandswijk.
Taken;
- Het overzien van de zorgbehoeften van de burgers in die wijk en overeenkomstig aansturen op het beantwoorden van die zorgvraag.
- Korte lijnen houden met de huisarts en andere relevante eerstelijns zorgverleners, zodat ketenzorg gegarandeerd is.
- Het ouderwetse gevoel teruggeven aan de burger dat de zorg dicht bij de mensen staat.
Zie hier de plannen van Bussemaker in een hernieuwde positionering van de wijkverpleegkundige. Klinkt goed, maar is naar mijn mening volstrekt onhaalbaar. In de kanteling naar marktwerking, ligt het accent al tijden op het beheersen van kosten. Bussemaker is koploper in het verzinnen van bezuinigingsmaatregelen en legt de sector mogelijke en onmogelijke maatregelen op. De wijkverpleegkundige stond sinds het begin van de intrede naar marktwerking al onder druk. De eerste koppeling tussen marktwerking en zorgverlening was namelijk daar te maken.
Een enorme bureaucratische last zou meer en meer deelgenoot worden van deze spin in het web omtrent wijkzorg. De lol is er vanaf als je collega’s moet geloven en die komt ook niet zomaar meer terug. De vraag is of hij -ondanks de lofuitingen van Bussemaker- wel terug kan komen. Naar mijn mening niet. Zorg dicht bij de burger brengen betekent tijd hebben voor een praatje, flexibel zijn, jezelf in kunnen werken in een buurt.
Dat kan niet, want de (overstijgende) taken van de wijkverpleegkundige laten dat niet toe. De wijkverpleegkundige was vroeger kern van de zorgverlening, maar heet nu ‘overhead’. En overhead staat onder druk. Overhead genereert kosten, in plaats van dat het omzet oplevert. De wijkverpleegkundige 2.0 is dus kansloos in haar taak er ‘te zijn’ voor de ‘mensen’. Het lijkt er naar mijn mening op dat Bussemaker tracht via een potje met geld, de achterstandswijken ook ten aanzien van de thuiszorg een duwtje te geven in de goede richting, maar noem dat dan niet de ‘terugkeer van de wijkverpleegkundige’. Noem het beestje dan gewoon bij de naam; ‘indicatiesteller met praktijkervaring’.
Weet de sollicitant ook gelijk waar hij of zij aan toe is.
Ik ben als ondernemer werkzaam in de zorg via mijn bedrijf Lexcellence Care en ben op zoek naar collega ondernemers die zich bij mij willen aansluiten. Wil jij ook ondernemen in de zorg? Start met het lezen van mijn boek.


{ 1 trackback }
{ 2 comments… read them below or add one }
Het is maar een conflicterend zooitje op een bepaalde manier: hoe gaan instellingen het zich veroorloven om dergelijke functies te bekostigen? ‘Productie’ draaien lijkt me erg moeilijk. Aan de andere kant, verbetering van continuïteit van zorg kan enorme verbeteringen hebben natuurlijk. Ik vraag me echt af hoeveel geld dat op de langere termijn op jaarbasis zou schelen. En in principe is het een stap in de richting van het zorgverlenen die veel zorgverleners graag zouden zien. Meer verantwoordelijkheden, carrière mogelijkheden (ik ga er van uit dat dergelijke banen vrij zwaar gekwalificeerd personeel nodig hebben) etc. Het paternalistische ‘gevoel dat zorg dichtbij mensen staat’ kan ik niet delen en ik vraag me af hoe dicht het bij huidige visies op patiëntschap staat.
Of is dit een uitgelezen kans voor de zelfstandige? Jammer van die AGB code dan wel natuurlijk…
Ik heb dit stukje niet zozeer geschreven vanuit de visie van de zelfstandige, al zou dat wel erg mooi zijn natuurlijk.
Je moet dit stukje met name lezen vanuit het perspectief dat de visie hoe langer hoe meer weer naar kleinschaligheid begint te leunen. Het uithollen van de functie van het CIZ en het verplaatsen van die taken naar de wijkverpleegkundige zou bijvoorbeeld een optie zijn. Op die manier zou er wel structureel geld vrij kunnen komen voor de nieuwe wijkverpleegkundige. De taak is bureaucratisch, maar er zijn zeker wel verpleegkundigen voor te porren vermoed ik. Daarnaast heb je gelijk dat het wel een aantal competenties vereist. Je wordt namelijk verantwoordelijk voor de indicatiestelling en daar hangen forse bedragen mee samen. De kans dat de verpleegkundige zich laat leiden door het ‘gevoel’, dan door stroomschema’s en tabellen is reëel. Of het op die manier een kostenbesparing teweeg brengt kun je je afvragen.