Dat de marktwerking in de zorg moet zorgen voor een kanteling van aanbodsturing naar vraagsturing, is al enige tijd duidelijk.
Een cliënt kan straks met een ZZP ’shoppen’ bij zorginstellingen om te bezien wat er geleverd wordt voor het toegekende geld van het ZZP. Instellingen ontvangen op deze wijze geen geld meer op basis van het aantal bedden dat zij hebben, maar geld op basis van hoeveel cliënten zij hebben liggen en het ziektebeeld dat die personen hebben. De vraag van de cliënt wordt bepalend, in plaats van het aanbod aan bedden van de instelling.
Het ‘Advies Regionaal Contracteren’ van de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA) ligt in het verlengde van die wens tot kanteling van aanbod naar vraagsturing.
Op het moment dat een zorgaanbieder (AWBZ instellingen, AWBZ thuiszorgbureaus, etc.) ‘bovenregionaal’ actief is, worden er bulkafspraken gemaakt met het zorgkantoor. Dat is volgens de NZA onwenselijk. Bovenregionaal wil zeggen dat de aanbieder in meer dan 1 regio actief is. De locatie van het hoofdkantoor van de aanbieder is bepalend voor het zorgkantoor waarmee zij moeten onderhandelen over tarieven.
Hoe zit dat? De diverse regio’s zijn opgedeeld onder de zorgkantoren. Als een zorginstelling echter werkzaam is in 3 regio’s, waar bijvoorbeeld 3 zorgkantoren aan vast zitten, dan kan de instelling ervoor kiezen slechts zaken te doen met 1 zorgkantoor voor alle drie de regio’s, namelijk het kantoor van de regio waarin de hoofdvestiging van de aanbieder staat.
Naar de zin van de NZA krijgen de steeds vaker fuserende zorginstellingen teveel macht binnen het toekennen van budgetten door het zorgkantoor. Door bulkafspraken wordt er voor meerdere regio’s zorg ingekocht door 1 instelling bij 1 zorgkantoor en dat zorgt ervoor dat de verschillen tussen de regio’s slecht uit de verf komen. De ene regio heeft namelijk behoefte aan andere vormen van zorg, dan de andere. Dit hangt bijvoorbeeld af van de bevolkingsopbouw.
Die ‘vraagsturing’ per regio wordt onvoldoende ingevuld op het moment dat er bovenregionaal afspraken worden gemaakt. De huidige wijze van afspraken maken leidt tot teveel macht, te weinig transparantie over de prestaties en vaste prijzen. Daarnaast heeft het zorgkantoor van regio A te weinig aandacht voor de problemen van regio B als het niet de regio is van dat zorgkantoor. Terwijl het dus wel zou kunnen dat het zorgkantoor van regio A afspraken heeft gemaakt voor regio B.
Voor de instellingen zelf zitten er ook nadelen aan. Als regio B geld over heeft, dan zal de instelling die wel actief is in regio B, maar afspraken heeft gemaakt met het zorgkantoor van regio A sneller buiten de boot vallen om extra geld te krijgen. Immers, het zorgkantoor van regio B heeft geen afspraken lopen met deze instelling. De conclusie is dat er geen gelijk speelveld is voor alle betrokken partijen.
De NZA wil aansturen op gelijke concurrentie tussen de spelers binnen een regio. Hoe groot een instelling ook is, via een overgangsregeling wil de NZA dat er per regio budget toekenning moet komen met het zorgkantoor van die desbetreffende regio. Dit zorgt ervoor dat de aanbodzijde vlot getrokken wordt en de monopoliepositie van sommige spelers wordt afgezwakt. Dat dit meer administratieve lasten voor de grote instellingen met zich mee gaat brengen is duidelijk. Voor de cliënt zelf verandert er niets. Die kan gewoon iedere aanbieder kiezen die er binnen zijn regio voor handen is.
Ik ben als ondernemer werkzaam in de zorg via mijn bedrijf Lexcellence Care en ben op zoek naar collega ondernemers die zich bij mij willen aansluiten. Wil jij ook ondernemen in de zorg? Start met het lezen van mijn boek.



