Deelonderzoek WMO gepubliceerd

by Lex Tabak on 05/11/2008

Worden de doelen van de WMO gehaald en draagt de wet bij aan de werking van het systeem als geheel? Dat is de kernvraag die het ministerie van VWS stelde aan het Sociaal Cultureel Planbureau. Middels een aantal tussenrapporten wordt de opmaat gegeven voor een eindrapport eind 2009, waarin duidelijk moet worden of de WMO implementatie het beoogde effect had. Dat eindrapport wordt een combinatie van ervaringen van zowel de gemeenten, cliënten en betrokken organisaties en is natuurlijk zeer interessant. Tot die tijd zullen we het moeten doen met tussentijdse publicaties zoals deze. 

Gemeenten blijken verschillend om te gaan met de uitvoering van de WMO. Sommige gemeenten borduren voort op het reeds bestaande sociale beleid, wat nu omgedoopt is in de WMO, andere gemeenten herschrijven hun stukken en zoeken de ruimte op die de wet biedt. De prestatievelden die gekoppeld zijn aan de WMO worden dus niet altijd samenhangend met elkaar in verband gebracht. Sommige gemeenten werken een aantal doelen van de prestatievelden uit, een op de twintig gemeenten heeft nog geen enkel doel uitgewerkt wat de WMO aangaat. 

De WMO is daarnaast specifiek opgesteld om de zwakkere, kleine doelgroepen binnen een gemeente te beschermen. Gehandicapten, personen met psychische klachten, personen met een zintuigelijke beperking en groepen allochtonen vallen hier bijvoorbeeld onder. Slechts de helft van de gemeenten heeft voor een van deze groepen een vorm van beleid uitgewerkt. 
De wet heeft geleid tot meer samenwerking tussen gemeenten op het gebied van aanbesteding huishoudelijk werk, de ondersteuning voor vrijwilligers en mantelzorgers en t.a.v. beleid voor mensen met een beperking. Het leeuwendeel van de gemeenten geeft aan de meningen van burgers, cliëntenraden en betrokken organisaties zeer serieus te nemen en te gebruiken voor de bepaling van het beleid. Dit is aan de kant van de burgers, raden en organisaties echter nog niet geverifieerd. 

De aanbestedingen voor de huishoudelijke hulp, het meest besproken onderdeel van de WMO in de media, zijn met name uitgevoerd op basis van prijs en kwaliteit. In een op de tien gemeenten was de prijs belangrijker dan de kwaliteit. Eerdere ervaringen van de gemeente met een bepaalde zorgaanbieder en de personele gevolgen voor de aanbieder (ontslagen) bij een aanbesteding hebben bij 60% tot 70% van de gemeenten in een of andere vorm meegespeeld in de beslissing. De inzet van werklozen en gehandicapten of het goede werkgeverschap van de organisatie hebben in veel mindere mate een rol gespeeld. Een op de drie gemeenten kenden een maximumprijs waaronder zij wilden aanbesteden. Slechts een op de twintig(!) kenden een minimumprijs voor aanbesteding. 

Het lijkt er op dat de gemeenten het op een vlak allemaal met elkaar eens zijn; er moet vooral naar het financiele vraagstuk binnen de WMO gekeken worden. De wijze waarop de WMO vorm gegeven wordt is zeer divers en schiet voor een aantal gemeenten simpelweg tekort. Toch heeft iedere gemeente wel zijn prioriteiten op lijn als het op de aanbestedingen aankomt. Veel aandacht voor een lage prijs, weinig aandacht voor de vervolgconsequenties van die lage prijs. Dat was al een beeld dat veelvuldig terugkwam in de media en wordt door dit onderzoek opnieuw bevestigd vind ik. 

Lex

Ik ben als ondernemer werkzaam in de zorg via mijn bedrijf Lexcellence Care en ben op zoek naar collega ondernemers die zich bij mij willen aansluiten. Wil jij ook ondernemen in de zorg? Start met het lezen van mijn boek

Leave a Comment

Previous post:

Next post: