Deze post is onderdeel van een serie postings die gaan over een patiënt die veel indruk op mij heeft gemaakt. Het eerste deel uit deze serie leest u hier, het tweede deel leest u hier, het derde deel hier, het vierde deel hier en het vijfde hier.
Deel 6; de goede dagen.
Het werd tijd voor wat leuke berichtgeving in deze serie en dat punt is nu gekomen. De goede dagen waren namelijk leuk. Heel leuk zelfs. In dit stuk de eerste voorbeelden van mooie dagen.
Ik heb veel goede dagen met Simon meegemaakt en heb enorm veel verschillende dingen gedaan. Als het ochtendritueel voorbij was en duidelijk werd dat de dag zou bestaan uit leuke dingen doen, dan veranderde hij onmiddellijk in een jubelstemming. Kiezen wat hij wilde doen hoorde daarbij. Favoriete bezigheden? De linnaeushof, de dierentuin, het zwembad, fietsen en paard rijden; het kon allemaal.
De Linnaeushof heb ik vaker gezien dan mij lief is. Meestal gingen we daarheen met zijn tweeën. Deze veredelde speeltuin kende een aantal bezigheden die exact aansloten op de mogelijkheden en onmogelijkheden van Simon. Waterfietsen was daar een voorbeeld van. Zoals eerder gezegd kon hij flink kracht zetten, zo lang het maar 1 kant op ging. Met het peddelen in een waterfiets was daar sprake van. De kracht die hij op de peddels zette was grotesk en we lieten dan ook altijd een flinke deining achter ons.
We stoven iedereen voorbij wat hem deed gillen van het lachen. Ik lachte mee, al was het kortdurend. Probleem was namelijk dat mijnheer na drie minuten uitgeput was, aangezien hij dolenthousiast van start ging en als een razende zijn energie kwijt raakte, waarna de zorgverlener (ondergetekende) de rest van het kwartier kon vullen met het verbranden van zijn calorieën. Het eerder afbreken van het waterfietsen werd namelijk niet toegestaan door Simon, aangezien hij gek was op water en natuurlijk erg gek was op het eruit zijn. Logisch en natuurlijk ook geen probleem. Daarnaast was hij ook gek op het rammen van andere waterfietsen, waarschijnlijk omdat het een van de weinige voorbeelden was die hij nog had waarin hij controle had over zijn omgeving. Mijn zegen had hij. Wel leverde dit af en toe verontwaardigde gezichten op van andere kinderen, die vervolgens verwonderd keken wie die goedlachse en volstrekt normaal uitziende jongen was die zo raar deed. De omschakeling van vijandig, naar empatisch gedrag van volledig gezonde kinderen was altijd prachtig om te zien. Vooral als het ene kind het andere aanstootte om te vertellen dat hij of zij Simon met rust moest laten. ‘Botsen mag’, was het dan.
Na de moeizame transfer uit de waterfiets weer in de rolstoel, op naar de volgende activiteit; karten met zijn tweeën. Ook dat kan daar en ook dat gaat snel, dus is interessant. Ik weet niet hoeveel rondjes we gereden hebben, maar aan zakgeld had Simon geen tekort dus we deden net zoveel rondjes tot hij bijna niet meer kon reageren van uitputting. De transfer van de kart naar de rolstoel was ook altijd een zware, maar ook weer een met veel voldoening.
Om vervolgens te gaan naar het derde en laatste hoofdonderdeel van deze speeltuin; het treintje. Ik weet niet hoe werknemers dit bij de Linnaeushof het volhouden, maar ik werd knettergek van het deuntje dat het treintje aldaar naar zijn passagiers schalde. Het continu in kleine rondjes rijden door de speeltuin heen kon Simon echter nooit vervelen.De muziek ook niet en gelijk had hij. Het bewoog, het was gezellig en bovenal; het hield nooit op.
De overige toestellen en speelmaterialen bij dit park waren voornamelijk te gevaarlijk en daarnaast niet lichamelijk uitvoerbaar voor Simon. Een schommel vereiste sterke rompbalans, een kabelbaan ook, zelf fietsen kon al helemaal niet en zo waren er veel zaken die niet haalbaar waren. Een twee uur vulden we desalniettemin zeker wel met deze speeltuin en hij ging dan ook altijd weer uitgeput en voldaan naar huis.
De dierentuin was ook geliefd, met name vanwege zijn voorkeur voor alles wat bewoog en bijzonder was. We zijn daar regelmatig geweest, alhoewel ik zelf niet al te tevreden was over de daginvulling met de dierentuin. Het voornaamste punt namelijk is dat de dierentuin teveel passief zitten voor hem was. Hij raakte niet moe en als hij niet moe was, maakte hij geen goede nacht. Overdag veel energie gebruiken en ’s nachts goed slapen was het beste voor hem vonden zijn moeder en ik. Daarnaast trok hij toch teveel bekijks naar mijn mening en hij had dat ook door. Een ogenschijnlijk gezond kind, wat prima gekleed en netjes in een rolstoel zit, waar je mee kunt praten en enthousiast is, voldoet niet aan het stereotype beeld. De wens van Simon was echter leidend. Hij mocht kiezen en als het dierentuin was, dan werd het dierentuin. Deze dagen hadden namelijk absolute kwaliteit in zich en waren ronduit gezellig.
Volgende keer nog een aantal andere voorbeelden van goede dagen.

