De rol van uw partner in uw thuiszorg

by Lex Tabak on 01/04/2008

Uw wens voor thuiszorg

Op het moment dat u vindt dat u thuiszorg nodig heeft, moet u zich wenden tot het Centraal Indicatie orgaan Zorg (CIZ). Deze gaat over alle indicaties met betrekking tot de AWBZ zorg, behalve de huishoudelijke hulp. Deze laatste ligt nu namelijk onder de noemer van de WMO bij de gemeente. Het CIZ gaat (nog) wel over de onderdelen persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en verblijf (in een zorginstelling). Het CIZ brengt een bezoek bij u thuis en stelt naar aanleiding daarvan een advies op. Het is dus van belang dat u goed voorbereid bent op het bezoek van de indicatiesteller van het CIZ. U moet namelijk een goed beeld hebben over wat uw verwachtingen en verplichtingen zijn. Een onderdeel van die voorbereiding is kennis opdoen over hetgeen de overheid van uw partner verlangd als u ziek wordt.
In voor- en tegenspoed
Het kan een aantal jaar achter u liggen inmiddels, maar de overheid zal uw partner zeker aan die uitspraak houden. In tijden van tegenspoed wordt hij of zij geacht steun te verlenen aan u. Sterker nog, de AWBZ gaat er vanuit dat huisgenoten voor elkaar zorgen. Het zou dus goed kunnen dat de indicatiesteller er vanuit gaat dat ook uw kinderen enige ondersteuning leveren in bijvoorbeeld de verzorging, mits zij nog thuis wonen en oud genoeg zijn. Daarnaast wordt van uw partner vanzelfsprekend hetzelfde verwacht.
Ouders met een ziek kind die graag thuiszorg zouden ontvangen, worden eerst beoordeeld op hun ouderlijke zorgplicht. Stel namelijk dat het kind een pasgeborene is met een aangeboren afwijking, dan is de kans op AWBZ zorg nihil. Iedere pasgeborene heeft namelijk ouderlijke zorg nodig, of het nu gezond is of niet. Op het moment dat dit kind een stuk ouder is, bijvoorbeeld 8 jaar oud dan zou het normaal gesproken zelfstandig naar school moeten kunnen gaan. Op dat moment is er geen sprake meer van een volledige ouderlijke zorgplicht en kan er aanspraak gemaakt worden op AWBZ zorg.
Drie maanden als grens
Bij zorg korter dan drie maanden gaat de AWBZ er vanuit dat uw partner helpt bij de dagelijkse verzorging zoals eten, drinken, wassen en aankleden. Dit wordt ‘gebruikelijke zorg’ genoemd. U heeft dan geen recht op AWBZ zorg en moet binnen uw eigen omgeving zelf naar een oplossing zoeken. U moet hierbij denken aan bijvoorbeeld herstel na een operatie.
Bij zorg langer dan drie maanden, wordt de zorg van uw partner of huisgenoten ‘mantelzorg’ genoemd en deze vorm van zorg is vrijwillig. Mantelzorg is een brede term en betreft ook de ondersteuning van overige familie, vrienden, buren, etc. De indicatiesteller zal altijd eerst vragen of er mantelzorg verwacht kan worden vanuit uw omgeving en zal het advies overeenkomstig opstellen. Interessant is wel dat mantelzorgers van buiten uw huishouden eventueel betaald kunnen worden voor hun diensten vanuit een PGB.
De aard van uw aandoening of ziekte is dus van belang. Er zal namelijk gekeken worden naar de drie maanden grens voordat er een plan opgesteld wordt.
Voorbereid
Denk dus goed na over de rol die uw omgeving zou kunnen spelen bij uw ziekte of beperking. Deze vraag zal zeker ter sprake komen tijdens het gesprek met de indicatiesteller. De AWBZ wordt betaald vanuit algemene middelen, dus het is logisch dat de rol die uw partner in uw ondersteuning kan spelen van belang is. Houd aan de andere kant ook rekening met de gevolgen voor de lange termijn. Het moet namelijk voor uw partner en/of huisgenoten wel te doen zijn. Als er sprake is van een verwacht traject van jaren thuiszorg moet er vooral niet te hoog ingezet worden. Enige bescherming van uw partner en daarmee uzelf is dan wel wenselijk.
Lex 

Ik ben als zelfstandig verpleegkundige actief in de thuiszorg en daarnaast bouw ik een netwerk van zorgverleners op, waarmee ik vraag en aanbod in de thuiszorg kan koppelen.

Leave a Comment

Previous post:

Next post: